Samen tegen pesten

Infobrochure voor ouders

Inleiding

  • Wat is plagen?
    Plagen is van korte duur, het is onschuldig, het gebeurt spontaan en is speels. Kinderen die elkaar plagen doen dat vaak om de beurt. Nu eens plaagt de één, dan weer de andere. Als kinderen aangeven dat het niet leuk meer is, dan houdt het plagen op. Af en toe geplaagd worden, daar moet je kind tegen kunnen. Bij plagen blijft je kind opgenomen in de groep.

  • Wat is ruziemaken?
    Zowel  volwassenen als kinderen maken wel eens ruzie. Ruziemaken hoort bij samenleven. Je kan ruziemaken omdat je ergens  niet akkoord mee gaat, omdat je van mening verschilt, omdat je toevallig hetzelfde of een andere kant uit wilt.   
    Als je ruzie maakt zeg je soms dingen die niet zo bedoeld zijn en die harder aankomen dan verwacht. Als dit gebeurt, heb je altijd de kans om je te verontschuldigen. Na een ruzie is er steeds een kans tot verzoening. Een ruzie goed afronden kan je je kind leren.

  • Wat is pesten?
    We spreken over pesten als één of meerdere kinderen een ander kind meer dan eens en gedurende een langere periode, geestelijk of lichamelijk geweld aandoet, met de bedoeling  de andere te kwetsen. 
    Bij pesten is er sprake van een machtsonevenwicht : de ene is altijd winnaar, de andere altijd verliezer. 

Wat doe je als je kind gepest wordt?

  • Laat je kind vertellen wat er zich afspeelt en hoe het zich voelt.
  • Neem het verhaal van je kind ernstig.
  • Probeer rustig te blijven ook al is dat moeilijk. Je kind heeft je steun nodig.
  • Leg de schuld niet bij je kind. Wijs op de mooie en sterke kanten van je kind.
  • Vraag aan je kind of er op school vrienden of klasgenoten zijn bij wie het zich goed voelt.
  • Bekijk samen wat wel leuk is op school.Vertel aan je kind dat het nodig is om de school in te lichten om het pesten te laten stoppen.
  • Overleg samen met je kind aan wie je de melding doet.
  • Bekijk samen wat je de school zeker wilt zeggen.

Het gesprek met school:

    • Stel het gesprek met de school niet te lang uit.
    • Hou je aan de afspraken die je hierover met je kind hebt gemaakt.
    • Voer het gesprek met de school niet via de telefoon, maar kies voor een echt gesprek ter plaatse. Maak hiervoor een afspraak.
    • Probeer rustig te blijven. Druk je bezorgdheid uit en je vertrouwen in de school.
    • Vertel wat er aan de hand is met concrete feiten. Verduidelijk hoe je kind zich nu voelt en wat de pesterijen met hem/haar doet.
    • Verduidelijk de belangrijkste wens van je kind.
    • Vraag de school om eerst en vooral te observeren wat er zich op school rondom jouw kind afspeelt.
    • Laat de school de nodige tijd om het probleem stapsgewijs aan te pakken. Druk vertrouwen uit in de aanpak van de school. Respecteer het beleid van de school.
    • Maak een nieuwe afspraak om het verdere verloop en de ervaringen van je kind te bespreken. Mogelijk volstaat een telefonisch contact.
    • Verwacht niet dat het pesten van vandaag op morgen opgelost is.
    • Spreek af dat jij jouw kind op de hoogte zult brengen van het voorbije gesprek.

Wat doe je als je kind anderen pest?

Kinderen en jongeren komen thuis niet zomaar vertellen dat ze anderen pesten. Vaak zal de school je op de hoogte brengen of zullen de ouders van het slachtoffer je er over aanspreken. Als je verneemt dat je kind andere kinderen pest, is dat geen prettige boodschap. Toch is het beter dat je wordt aangesproken. Het drukt vertrouwen uit in jouw rol als ouder en is dus zeker geen verwijt.

Probeer een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen van wat er precies aan de hand is. Erken dat het voor iedereen beter is dat het pesten zo gauw mogelijk stopt. Geef terug dat je geraakt wordt door de mededeling en dat je nu eerst en vooral met je kind in gesprek zult gaan.

Voor verder info contacteer je best de school!

Ouders en schoolteam doen er samen iets aan

Vraag info over het pestprotocol op school!

De schoolraad en de oudervereniging zijn niet de plaatsen om individuele pestsituaties te bespreken. 

 

En wat met cyberpesten?

Cyberpesten is een specifieke, moderne manier van pesten. Het blijft pesten !

Onder cyberpesten verstaan we alle vormen van pesterijen die een beroep doen op ICT (informatie- en communicatietechnologieën), zoals internet, gsm of computer om slachtoffers lastig te vallen, te bedreigen, te beledigen,...

5.1 Weetjes over cyberpesten

Onderzoek toont aan dat …

1 op 3  kinderen/jongeren geconfronteerd wordt met cyberpesten.

1 op 5 kinderen/jongeren al eens gecyberpest heeft.

Cyberpestende jongeren meestal iets ouder zijn dan hun slachtoffer(s).

Cyberpesten vaak gepaard gaat met ‘gewone’ pesterijen.

Wie veel tijd doorbrengt op het internet, een grotere  kans maakt om bij cyberpesten betrokken te raken.

Wie meer persoonlijke informatie op het internet zet, een grotere kans maakt op misbruik van die informatie.

Ouders het risico op cyberpestproblemen (pesten en gepest worden) onderschatten.

 

Op een veilige en verantwoorde manier met ICT omgaan is een eerste vereiste om het risico op cyberpesten te verminderen.

 

5.2 Ouders en cyberpesten

Wat kan je als ouder doen om cyberpesten te voorkomen ?

  • Informeer je over het gebruik en misbruik van internet en gsm bij jongeren.
  • Toon interesse in de ICT-bezigheden en -vaardigheden van je kind. Weet waarmee je kind bezig is op pc en gsm en maak duidelijke afspraken over wat kan en niet kan (o.a. tijdgebruik).
  • Zorg voor een open gesprek over wat binnenkomt en buitengaat via de computer en de gsm.
  • Bespreek concrete voorvallen, ervaringen of nieuwtjes en verken wat kan of niet kan. Ga samen op zoek naar gepaste manieren van omgaan en communiceren via het internet en gsm.
  • Bekijk met je kind hoe het met sociale media kan omspringen (vrienden maken, boodschappen of contacten blokkeren, informatie delen, …). Hou een oogje in het zeil bij ICT-gebruik. Zeker bij lagere schoolkinderen hoort de computer in een gemeenschappelijke ruimte waar toezicht mogelijk is.
  • Dring er bij je kind op aan dat het geen paswoorden of andere gevoelige informatie uitwisselt met anderen.

 

5.3 Wat als je kind slachtoffer is van cyberpesten?

  • Let op gedragssignalen (plots niet meer naar school willen, niet meer computeren, of gsm ’men, …) en ga zo nodig met je kind in gesprek.
  • Blijf rustig en luister naar zijn/haar verhaal.
  • Neem het verhaal van je kind ernstig, maar durf ook relativeren. Internet- of gsm-communicatie komt soms harder aan dan bedoeld.  
  • Reageer niet zelf op pestmails of pest-sms’jes.
  • Vertel je kind pestmails, pestchats en pest-sms’jes bij te houden of uit te printen als eventueel bewijsmateriaal.
  • Bekijk samen met je kind hoe het zich beter kan beschermen. Verander desnoods het gsm-nummer, e-mailadres of de online gebruikersnaam. Zoek uit hoe bepaalde contactpersonen kunnen worden geweerd of geblokkeerd.
  • Doe bij ernstige gevallen aangifte bij de Federal Computer Crime Unit            (via www.e-cops.be) 

5.4 Wat als je kind cyberpest?

  • Maak je zoon of dochter duidelijk dat je niet wil dat hij/zij anderen op die manier pest. Eis dat het (cyber)pesten stopt.
  • Vraag uitleg over het waarom van zijn/haar gedrag.
  • Speel in op zijn/haar inlevingsvermogen: ‘Hoe zou jij het vinden als dit met jou zou gebeuren?’
  • Wijs op de gevolgen van onheus internet- of gsm-gebruik: de impact op het slachtoffer, de wettelijke risico’s en sancties, de negatieve weerslag op jullie relatie, de problemen met de school, …
  • Bespreek met je kind hoe hij/zij de aangerichte schade en het geschonden vertrouwen kan herstellen (naar het slachtoffer toe, naar jullie toe, naar de school toe).
  • Bereid de stap naar echte verontschuldigingen voor en kijk toe op de uitvoering.

 

Twee vuistregels om mee te geven aan je kinderen :

  1. Alle informatie die je in het gewone leven voor jezelf houdt, geef je ook niet prijs op het internet. Denk aan je dagboek of je tandenborstel… die houd je ook voor jezelf.
  2. Alles wat je niet in het ware leven recht in iemand zijn gezicht durft zeggen, tik je ook niet in op sociale media.